Interview - Het Tilburg van A&B

Voorstelling: 
Wij willen ook naar huis
Auteur: 
Floortje Westerburgen
Datum: 
01.04.2008

 
Leo Alkemade (28) en Roel Bloemen (33) zijn bezig aan hun vierde cabaretprogramma. Het publiek ziet in ‘Wij willen ook naar huis’ wederom tragikomisch en absurd theater. Daarnaast zijn Leo en Roel te beluisteren in ‘Spijkers met koppen’ en te zien in reclamespotjes en (korte) films. Leo speelde bovendien een rol in de film en gelijknamige televisieserie ‘Shouf Shouf Habibi’. Leo zag het levenslicht in Loon op Zand, maar woont nu al jaren in Tilburg. Roel woont in Amsterdam, maar studeerde wel Nederlands aan Fontys Hogescholen in Tilburg. Ze leerden elkaar kennen op de Bossche Koningstheateracademie en sindsdien zijn ze onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Hoog tijd om dit bijzondere cabaretduo eens aan de tand te voelen.
 
 “We studeerden samen aan de Bossche Koningstheateracademie. We waren de eerste lichting studenten, dus de opleiding moest nog richting krijgen. In het begin speelden we met iedereen. Dat werkte soms voor geen meter. De docenten zochten zo naar manieren om het op het podium te laten exploderen. Daar geloven we niet in, als het klikt, komt ook dat vanzelf. Op het moment dat we zelf mochten kiezen, zijn we samen gaan spelen en de rest is geschiedenis!.”
 
 
Roel: “Ja, we zijn hier net naar de sauna geweest en dan maak je meteen weer kennis met de dorpse mentaliteit van Tilburg. Je kunt hier met iedereen slap ouwehoeren. Gewoon leuk. Amsterdam is wat dat betreft anoniemer. Maar omdat mijn vrienden door heel Amsterdam wonen, wordt ook die stad vanzelf kleiner. Neemt niet weg dat ik in Tilburg in de kroeg al mijn vrienden tegenkwam. Dat lukt echt niet in Amsterdam. Amsterdam is sowieso erg chaotisch. Maar ik voel me er goed. Uiteindelijk zou ik veel kleiner en rustiger willen gaan wonen..”
 
 
 
 
Het publiek ontdekte Leo en Roel tijdens het Groninger Studenten Cabaret Festival in 2000. Daar wonnen ze zowel de juryprijs als de publieksprijs. Maar hoe hebben zij elkaar eigenlijk ontdekt?Hoe wordt ‘Wij willen ook naar huis’ ontvangen?
“Goed! Overal waar we spelen vinden mensen het programma mooi. Het eerste programma  ‘Sudomotorisch’ trok vooral jongeren. ‘HybrisHydroliscH’ trok weer meer studenten. In het derde programma ’13-0-ZEVEN’ zagen we een breder publiek. En nu is het publiek echt gemêleerd. De scènes zijn ook beter en er is een duidelijke rode draad in de voorstelling gebracht. Dat maakt het programma veel toegankelijker. Het thema in ‘Wij willen ook naar huis’ is het zoeken, zowel letterlijk als figuurlijk. Wij denken zelf ook dat dit het beste is wat we tot nu toe hebben gemaakt. Maar dat denk je eigenlijk iedere keer. Je doet gewoon wat je op dat moment het beste kunt. Als je dan terugkijkt is het misschien niet de allerbeste voorstelling, maar nu ben je daar hartstikke trots op. Het gaat er ons om dat je iets maakt wat je echt fascineert.”Wat hebben jullie met Tilburg?
Roel: “Ik heb Nederlands gestudeerd in Tilburg en woonde hier ook op kamers. Een hele toffe tijd. Nu woon ik in Amsterdam. Ik heb heel lang het gevoel van ‘thuiskomen’ gehad als ik naar Tilburg reed. Het heeft nog steeds wel iets vertrouwds, maar Amsterdam is nu echt mijn thuis.” Leo: ”Tilburg is mijn stad, ik woon er nog steeds met veel plezier. Ik ben in Loon op Zand geboren, dus vroeger moesten we al naar de ‘grote stad’ voor de actie. Ik ken hier heel veel mensen, bijna al mijn vrienden wonen hier. Er is een mooie Schouwburg en dito Concertzaal. Het heeft gewoon alle faciliteiten van een grote stad, maar het is op de een of andere manier kleiner, overzichtelijker.”Wat is jullie kracht?
“Als je elkaar goed kent, echt door en door kent, dan kunt je mooie scènes spelen. Het komt allemaal aan op de sterke punten die je in elkaar naar boven haalt en op timing. Daaruit volgt je kracht. Dat zag je ook goed in het programma ‘Koppensnellers’, met sommige acteurs klikt het en dan ontstaat er iets moois. Met anderen lukt het niet om op een bepaald niveau te komen.”Waar halen jullie je inspiratie uit?
“De inspiratiebronnen liggen voor ons op straat. We halen onze ideeën uit de mensen of situaties om ons heen. Dat kunnen hele mooie dingen zijn, maar ook hele schrijnende toestanden. We spelen alleen nooit in op de actualiteit. Het moet een tijdloos beeld zijn. En het moet bovendien kloppen. Het publiek voelt meteen of iets oprecht is, dichtbij je staat. Verder zijn er natuurlijk tientallen inspiratiebronnen te noemen. ‘Kommil Foo’ is een goed voorbeeld. Dat klopt gewoon.”Hoe ontstaat een nieuwe voorstelling?
“In je hoofd verzamel je onbewust, maar ook bewust mooie dingen: mensen, situaties, typetjes. Dan kom je op een punt dat je die verzameling eens op gaat schrijven. Vervolgens ga je fijn slijpen en nadenken over de impact van een idee. Daaruit ontstaan grove scènes. Paul van der Laan (regisseur Alkemade & Bloemen red.) helpt ons daar enorm bij. Ook om de rode draad in een voorstelling te zoeken en te bewaken. Hij zorgt er mede voor dat het fundament stevig is. We redeneren uren over de bedoeling van een scène. Als je een voorstelling vervolgens gaat spelen in een try out, dan voel je pas echt wat je hebt gecreëerd. Soms lachen mensen op punten die je helemaal niet had verwacht en andere keren komt het precies op het goede moment. Lachend publiek is overigens voor ons geen must. We proberen heel veel verschillende emoties te ontlokken. De juiste balans in het programma is het allerbelangrijkste. Daarom horen onze voorstellingen zeker ook in de kleine of middelgrote zalen thuis. Carré is veel te groot voor een intieme voorstelling van Alkemade & Bloemen.”Wat staat er nog op de planning?
“De voorstelling ‘Wij willen ook naar huis’ is nog tot en met eind april te zien. Daarna spelen we de voorstelling nog in reprise. Verder gaan we sowieso door met Spijkers met Koppen  (Iedere zaterdag van 12.00 tot 14.00 uur op Radio 2 red.). Bovendien willen we zelf heel graag iets maken voor televisie. Én we zijn in een oriëntatiefase met Ronald Goedemondt. Misschien dat daar nog iets moois uitrolt. We gaan dus voorlopig nog wel even door samen, we kunnen nog veel van elkaar én met elkaar leren. We zijn allebei zo verliefd op dit vak, daar kan alleen maar heel veel uit voortkomen.”