COLUMN | Vrouw op de bouw 18: niets dan lof voor de trap

COLUMN | Vrouw op de bouw 18: niets dan lof voor de trap

september 4, 2020 0 Door admin

Sommige spullen in een woning verdienen meer waardering. Zoals de trap: een doorgaans onopvallend object. Pas wanneer je naar boven of beneden wilt en er is geen trap, ontdek je hoe nuttig ’ie is. En hoe listig dat ding in elkaar steekt… Dit is aflevering 18 van Vrouw op de Bouw.

Journalist Jikke Zijlstra, haar man Wilfred en kinderen Mats (11) en Isis (9) bouwen hun droomhuis in Balk. Maar van droom tot huis, dat gaat wel even duren. Ze neemt ons mee in het (soms moeizame) proces.

Dit inzicht kreeg ik op de ochtend dat een kennis onze trap installeerde. Zodra de laatste schroef erin zat, mocht ik als eerste de trap betreden. Breed grijnzend schreed ik omhoog.

Maar toen ik bijna bovenaan was, veranderde mijn glimlach in een grimas. Ik stootte namelijk mijn hoofd tegen het plafond.

Tot dit moment had ik nooit veel nagedacht over trappen. Over hun hellingshoek, de hoogte van de treden, laat staan over het ‘gat’ waarin ’ie staat. Maar nu moest ik wel. Want als al die zaken niet exact op elkaar zijn afgestemd, krijg je pijnlijke bulten op je hoofd. Of een zere rug van het bukken.

We probeerden te achterhalen wat er fout was gegaan. De trappenmaker had de maten op de tekening aangehouden, dus hem viel niets te verwijten. Blijkbaar hadden we zelf de verkeerde afmetingen doorgegeven aan de betonfabriek. Stom.

Na ruim twee uur hakken en slijpen, had ik een piep in mijn oor en lag de grond bezaaid met puin en water. Maar dat gaf niets. Want het gat was nu wel groot genoeg, merkte ik opgelucht toen ik de trap opnieuw uitprobeerde. Pijnpunt weggewerkt!

Hoe moesten we dit nu weer fiksen? Een minder steile trap laten maken voor duizenden euro’s? Het zou sneller en goedkoper zijn om een stuk uit het plafond oftewel de verdiepingsvloer te zagen. En dus ging nog diezelfde week een boorprofessional de gewapende betonvloer te lijf. Met indrukwekkende machines en veel herrie.

Toen wist ik alleen nog niet dat een trapgat behalve te klein, ook te smal kon zijn. Dat laatste ontdekte een inspecteur tijdens een controle. Ons trapgat was ‘slechts’ 80 centimeter breed, terwijl in onze bouwaanvraag stond dat ’ie een meter breed zou worden. Bovendien moet een trap volgens het bouwbesluit minstens 85 centimeter breed zijn.

Of we een oplossing wilden bedenken, zo lazen we op een dag in een mail, want anders moest hij ons huis helaas ‘onbewoonbaar’ verklaren. We schrokken ons rot. Dit was een grap, toch? Maar na een telefoontje met de bewuste inspecteur wisten we dat dit om twintig zeer cruciale centimeters ging.

Veel slapeloze nachten volgden, waarin we piekerden over een geschikt reddingsmiddel. Maar dat was er niet. Alleen door een dragende muur te verplaatsen, waar tientallen leidingen doorheen liepen, zouden we het trapgat kunnen verbreden. Maar dan zouden de verwarmingsbuizen in de vloer eraan gaan.

Omdat ik niet kon verkroppen dat ons bouwproject na zoveel maanden hard werken op zo’n klein punt stuk zou lopen, ging ik op onderzoek uit. Ik belde trapbedrijven, spitte het bouwbesluit door, sprak deskundigen en las over vergelijkbare zaken.

En zo ontdekte ik dat we een ‘wijziging van ondergeschikt belang’ konden indienen op onze bouwaanvraag. Dat we ons konden beroepen op particulier opdrachtgeverschap. En dat een trap van 80 centimeter toegestaan is volgens het bouwbesluit. Genoeg redenen om ons trapgat intact te laten, hoopte ik.

Enigszins gespannen legde ik mijn bevindingen aan de inspecteur voor. Die reageerde best positief, alsof hij er ook een beetje mee in zijn maag had gezeten. Maar voordat hij de knoop definitief doorhakte, wilde hij met zijn collega’s overleggen. Een week later kregen we opnieuw een mail. Dit keer met goed nieuws: onze argumenten waren geaccepteerd!

Traplopen was sindsdien nog nooit zo leuk!

Meer lezen van Jikke. Begin hier met de eerste aflevering van haar serie. Ook Renate en Brian worstelden met een trapprobleem. Lees hier hoe stylist Danni het voor hen wist op te lossen.

Source: woonblog