COLUMN | Vrouw op de bouw 23: kleine momenten van groot geluk

COLUMN | Vrouw op de bouw 23: kleine momenten van groot geluk

oktober 9, 2020 0 Door admin

,,Ik zal echt nooit zelf een huis bouwen.’’ Zo begroet een kennis me, die ik lang niet heb gezien. Ze heeft het afgelopen jaar mijn columns gelezen. ,,Al die tegenslagen, die ruzies. Verschrikkelijk.’’ Dit is de laatste aflevering van Vrouw op de bouw.

Journalist Jikke Zijlstra, haar man Wilfred en kinderen Mats (11) en Isis (9) bouwen hun droomhuis in Balk. Maar van droom tot huis, dat gaat wel even duren. Ze neemt ons mee in het (soms moeizame) proces.

Ik moet er een beetje om grinniken. En vraag me met terugwerkende kracht af of het inderdaad zo erg was. Soms wel, ja. Bijvoorbeeld als de wekker weer om kwart over zes ging, omdat ik de bouwkeet moest openen. Of als ik in de stromende regen puin in de kar stond te scheppen. Of als ik me afmeldde voor een feestje, omdat ik moest bouwen of te moe was.

Echt aanbevelenswaardig klinkt dat allemaal niet. Maar een drama of hel? Dat was het geenszins. Ons eigen huis ontwerpen en indelen bijvoorbeeld vond ik juist geweldig. Net als samen met vrienden klussen op een zonnige dag en na afloop lekker borrelen. Of op een vrije dag rondlopen op de bouwplaats en zien hoe het huis vorm krijgt.

Maar of het hele proces ook echt leuk was? Ik moet denken aan wat mijn schoonmoeder achttien jaar geleden tegen me zei, toen Wilfred en ik een vervallen boerderij opknapten. Twee jaar waren we daar mee bezig, tot het mijn strot uitkwam, mijn rug aan flarden was en ik alleen nog riep ‘dat ik dit nooit weer zou doen’.

Mijn schoonmoeder zei toen: ,,Al die ellende ben je zo weer vergeten als je er eenmaal woont.’’ Zij kan het weten, want haar man heeft zelf twee huizen gebouwd en drie grondig verbouwd. En inderdaad, zodra we onze boerderij betrokken, dacht ik amper nog aan die zware periode. Ik was vooral intens blij met ons prachtige optrekje en druk bezig om dat gezellig in te richten.

Hoewel we nu al een paar maanden in ons huis wonen, heb ik dat min of meer euforische stadium van achttien jaar geleden nog niet bereikt. Misschien is dat ook niet zo raar. Destijds hadden we geen kinderen, was er geen coronacrisis en hadden we elke plint, deur en muur geverfd voordat we in de boerderij gingen wonen.

Nu zijn we sinds de verhuizing nog elk weekeinde en (bijna) elke vrije dag aan het klussen: douchewanden plaatsen, traptreden maken, dakterras aanleggen, schuur bouwen, grond egaliseren. En nog altijd zijn we niet klaar. Het opruimen van de bouwcontainer, aanleggen van bestrating en plaatsen van heggen, planten en bomen staan nog op de to-do-lijst.

Toch, nu we steeds meer klusjes kunnen doorstrepen, beginnen ze steeds meer te komen: die kleine momenten van groot geluk. Isis die met een vriendin voorbij peddelt op de surfplank, terwijl ik het pas ingezaaide gras sta te sproeien. Met vrienden koffiedrinken op het dakterras. Vanaf onze eigen steiger wegvaren met de zeilboot en dan ons huis zien staan. In de avondzon het schuurtje verven.

Als iemand mij weer eens vraagt: ,,Hoe bevalt het in jullie nieuwe woning?’’, kan ik eindelijk oprecht zeggen dat het heel goed bevalt. Vaak begin ik dan ook een beetje te stralen, denk ik. Want stiekem ben ik best trots dat het ons is gelukt. Dat we dit huis zelf, met hulp van anderen, hebben gemaakt.

Maar een ding weet ik heel zeker: Ik ga dit echt nooit weer doen!

Meer lezen van Jikke? Begin hier met de eerste aflevering van haar serie. Ga je zelf ook verhuizen? Leer hier hoe je een indelingsplan tekent.

Source: woonblog