COLUMN | Vrouw op de bouw 3: stressen, scheppen en beton storten

COLUMN | Vrouw op de bouw 3: stressen, scheppen en beton storten

mei 22, 2020 0 Door admin

Tot je enkels in de blubber. Smerige kleren vol zand. Zwarte nagelriemen, eeltige handen. Klinkt niet bepaald aangenaam, toch? Voor ons wel. Want na ruim tien maanden alleen op papier met ons huis bezig te zijn geweest, is er niets leukers dan eindelijk te kunnen graven op de kavel. Dit is aflevering 3 van Vrouw op de bouw.

Journalist Jikke Zijlstra, haar man Wilfred en kinderen Mats (11) en Isis (9) bouwen hun droomhuis in Balk. Maar van droom tot huis, dat gaat wel even duren. Ze neemt ons mee in het (soms moeizame) proces.

Hoewel de eerste stenen nog lang niet op elkaar worden gemetseld, kunnen we genoeg doen. De grond omtoveren tot een echt bouwterrein bijvoorbeeld. Een waterput moet er komen, elektriciteit, een zeecontainer voor de opslag van materiaal en gereedschap, en hekken om het perceel af te sluiten.

En natuurlijk mag een keet niet ontbreken! Om te schuilen bij slecht weer, te schaften en te toiletteren. Die moeten we wel eerst zelf nog even aansluiten op de riolering. Als dat na een halve dag graven en wroetten gebeurd is, drinken we kinderlijk blij onze eerste kop koffie in het huisje op wielen. En verheugen we ons op de volgende klus: de fundering.

Om te voorkomen dat ons huis gaat verzakken, is veel beton nodig. Zo’n 100 kuub, oftewel acht betonmixervrachtwagens vol. Dat beton komt terecht in dertig mortelschroefpalen, die 11 meter diep de grond in gaan.

Met nog een paar weken te gaan voor het grote betoncircus losbarst, storten wij ons op de voorbereidingen: de grond een meter diep afgraven, over een oppervlakte van 300 vierkante meter.

Enthousiast beginnen we te spitten en legen we de ene na de andere kruiwagen. Maar na een week scheppen in keiharde klei, zijn we amper 10 procent opgeschoten, staan we krom van de rugpijn en zitten onze handen vol blaren. Dan maar Willem en zijn graafmachine inhuren, die de boel binnen een paar uur heeft afgegraven.

Alles geregeld, denken we tevreden. Maar hoe dichter de bewuste datum nadert, hoe meer er misgaat. Zo blijft het maar regenen, dagenlang. Waardoor onze strakke kuil een ranzige modderpoel is geworden. We huren een pomp, die het water loost in de Luts. Tegen de tijd dat de laatste druppels zijn verdwenen, begint het opnieuw te hozen.

En waarom is de enige toegangsweg tot de kavel ineens opengebroken? Straks gaat het betonstorten niet door, omdat de wagens er niet langs kunnen! Gestrest bel ik de projectleider van het bestratingsproject op. Maar die weet me gerust te stellen. ,,Tegen de tijd dat u erlangs moet, zijn we klaar. Echt mevrouw, zeker weten.’’

Inderdaad, op de afgesproken dag is de wegafzetting verdwenen, net als de regen. Toch schrik ik me wild als ik in het donker bij de kavel arriveer. Ons bouwterrein is veranderd in een soort filmset met felle bouwlampen, ronkende aggregaten, draaiende betonmixers, torenhoge kranen en brullende graafmachines.

De kuil staat vol stoere mannen met reflecterende jassen, kniehoge laarzen en dikke handschoenen. De een begeleidt een meterslange boor, die diepe gaten in de grond draait, waarna een ander er met een gigantische slang een grijze massa betonmortel inspuit.

Wat een spektakel! De kerels zelf zijn minder onder de indruk. Als ik aan een van hen vraag of hij het ook zo spannend vindt, haalt hij nonchalant zijn schouders op. ,,Gisteren deden we een flatgebouw.’’ Zodra ’s middags alle palen in de grond zitten, begint het te regenen. Al snel staat de kuil vol water. Maar nu maakt het niet meer uit. Beton kan tegen water. Toch?

Meer lezen van Jikke? Lees hier Vrouw op de bouw aflevering 1 : van bult zand naar droomhuis. En hier lees je aflevering 2: van klikmelding tot palenplan.

Source: woonblog